Menu Sluiten

Wisselteelt

Elke soort plant heeft zijn eigen, specifieke behoefte aan mest en andere voedingstoffen. Wanneer je elk jaar op dezelfde plek dezelfde planten zou kweken put je de grond dan ook uit wat die bepaalde voedingsstoffen betreft. Er is nog een goede reden om wisselteelt toe te passen. Aardappelen kunnen last hebben van Phytophthera, kool van knolvoet en zo meer. De sporen, eitjes en poppen van deze boosdoeners kunnen overleven in de grond. Maar meestal maar een beperkt aantal jaren. Dus door je gewassen elk jaar op een andere plaats te zetten en pas na bijvoorbeeld 3 of 4 jaar weer op dezelfde plek maak je het erg moeilijk voor deze ziekteverwekkers en plaagdieren om te overleven.

De definitie voor vruchtwisseling = het afwisselen van verschillende plantensoorten op verschillende plaatsen in verschillende jaren met als doel een gezond gewas met een goede smaak en een goede opbrengst.

Onderstaand schema gaat uit van 6 vlakken. Maar er zijn ook schema’s met 8 vlakken.
Wettelijk gezien mag je sowieso aardappelen 1x per 3 jaar op dezelfde plek poten.

Ruime vruchtwisseling van zes groepen groenten.
Een ezelsbruggetje is: Alle Pesticiden Kunnen Beter Vermeden Worden
  • Aardappels (nachtschadeachtigen) zoals aardappels maar ook tomaten en aubergine. Aardappelen nogen wettelijk hooguit eens per drie jaar in het zelfde plantvak; maar beter is eens in de zes jaar. De reden voor teeltrotatie bij aardappels is de moeilijk te bestrijden, door aaltjes veroorzaakte ziekte aardappelmoeheid. Andere problemen bij aardappels zijn het optreden de aardappelziekte of phytophthora (fytoftora) en (de  larven van) Coloradokevers.
  • Peulgewassen (vlinderbloemigen) zoals erwten en peulen, kapucijners en alle soorten bonen;
  • Koolgewassen (kruisbloemigen) alle soorten kolen zoals spruiten, boerenkool, Chinese kool, paksoi, broccoli, raapstelen, rammenas, radijs, meiknol, snijmoes, koolraap en rucola. In de teeltrotatie mag kool hooguit eens in de zes jaar in hetzelfde vak staan (beter is nog minder). Dit is vanwege de moeilijk te bestrijden ziekte knolvoetschimmel. Een ander probleem zijn koolvliegen. Die leggen graag eitjes bij de stengel van de koolplanten en hun witte maden boren door de stengel.
  • Bladgroenten (samengesteldbloemigen) zoals sla, andijvie en witlof;
  • Vruchtgewassen (komkommerachtigen) zoals pompoen, pattisson, courgette, komkommer en augurk, maar ook paprika’s;
  • Wortelgewassen (schermbloemigen) zoals wortel, pastinaak en knolselderij; Knolgewassen zoals rode bieten en Lookgewassen(uienfamilie) zoals prei, knoflook, ui, sjalot en bieslook;